Inleiding
Gemeenschappen en industrieën wereldwijd hebben veilige en betrouwbare middelen nodig om grondstoffen en afvalproducten te vervoeren. Pijpleidingen zijn een gemeenschappelijk vervoermiddel voor dergelijke producten, die vloeistoffen, gassen en slib omvatten. Aangezien het terrein dat door pijpleidingen wordt doorkruist, kan worden beïnvloed door natuurlijke processen zoals aardverschuivingen, overstromingen en seismische activiteit, evalueren pijpleidingoperators voortdurend hoe nieuwe instrumenten hen kunnen helpen deze processen beter te begrijpen en de proactieve beheer van de daarmee verbonden risico's te ondersteunen.
Achtergrond
De West-Canadese sedimentaire bekken (WCSB) is een diep sedimentair bekken, rijk aan water- en energiebronnen, en een primaire bron van energiebronnen voor de Noord-Amerikaanse markt. Er zijn meer dan 400.000 km actieve pijpleidingen die deze regio doorkruisen, veel daarvan kruisen aardverschuivinggevoelig terrein. In dit soort terrein wordt een aardverschuiving elke 10 km pijpleiding gemiddeld en elke 4 km pijpleiding in gebieden met de hoogste dichtheid aan aardverschuivingen gevonden.
Oplossing
Hoewel geo-experts begrijpen dat de langdurige infiltratie van vocht in de bodem in verband kan staan met de toename van de snelheid van diepe aardverschuivingen, hadden pogingen om aardverschuivingactiviteit alleen met neerslag op regionale schaal in verband te brengen, slechts beperkt succes. De BGC Engineering ging ervan uit dat de incorporatie van bodemvochtigheidsgegevens naast neerslag tot betere voorspellingen zou leiden.
Conclusie
Door de integratie van de ERA-5-Land-gegevens kunnen infrastructuurbeheerders in West-Canada nu hydroklimatische trends volgen en voorspellen die zijn aangetoond als drijvende kracht achter veranderingen in aardverschuivinggedrag. Deze kennis kan infrastructuureigenaren ondersteunen bij het nemen van belangrijke operationele beslissingen, zoals waar en wanneer middelen het meest effectief kunnen worden ingezet om de gevolgen van aardverschuivinggevaar voor hun systemen te beheren.
Bron / Referentie
Bron: EU Copernicus